Ga verder naar de inhoud
Nieuws
28/01/2026

Netcongestie: waarom het net soms 'vol' zit

Europa wil tegen 2050 klimaatneutraal zijn. Maar wat betekent dat? Minder fossiele brandstoffen, meer hernieuwbare energie en elektrificatie van vervoer, gebouwen en industrie. Die omslag is geen vrijblijvende keuze, maar noodzakelijk om de energie- en klimaatcrisis voor te blijven.

Marijke Aerts
Contact

Marijke Aerts

email hidden; JavaScript is required
Hans Vannuffelen
Contact

Hans Vannuffelen

email hidden; JavaScript is required

Ook Kamp C wil daarin haar verantwoordelijkheid opnemen. Op termijn willen we evolueren naar een energieneutrale site, samen met onze partners. Net vanuit die ambitie botsten we de voorbije maand op een uitdaging die steeds vaker opduikt in Vlaanderen: netcongestie. Daarover gingen we in gesprek met onze projectverantwoordelijken Marijke Aerts en Hans Vanuffelen.

Wat is dat dan, die netcongestie?

Ons elektriciteitsnet is opgebouwd uit zones die gevoed worden door transformatoren: van hoogspanning naar middenspanning en uiteindelijk naar laagspanning, waarop woningen en bedrijven aangesloten zijn. Met onze toekomstplannen stapten we naar netbeheerder Fluvius om te bekijken wat er voor ons naar de toekomst toe mogelijk is. Daar bleek dat Kamp C vandaag in een netcongestiegebied ligt.

Netcongestie betekent dat het elektriciteitsnet in een bepaald gebied volgeboekt is. Dat wil niet zeggen dat er geen elektriciteit meer is, maar wel dat de netbeheerder niet zomaar extra vermogen kan garanderen zonder risico’s te nemen. Voor particuliere huishoudens vormt dat voorlopig geen probleem. De impact zit vooral bij grotere vermogens, zoals bedrijven en bedrijventerreinen.

De prijs van betrouwbaarheid

Fluvius beheert het distributienet en heeft daarbij duidelijke prioriteiten: de veiligheid en betrouwbaarheid van het net. In België zijn we dat misschien vanzelfsprekend gaan vinden, maar grootschalige stroompannes door overbelasting zijn bij ons uitzonderlijk. Dat is geen toeval.

Marijke legt het duidelijk uit: "Het net is zo ontworpen dat er altijd een back-up klaarstaat. Valt er ergens iets uit, dan kan een andere lijn of transformator het meteen overnemen. Die veiligheidsmarge zorgt ervoor dat het licht blijft branden, ook bij incidenten." Diezelfde logica verklaart ook waarom Fluvius zeer voorzichtig omspringt met extra aansluitingen en uitbreidingen. In een netcongestiegebied telt namelijk niet alleen wat je vandaag effectief verbruikt, maar ook wat je in theorie zou kunnen verbruiken in een worst case scenario.

Voor Kamp C heeft dat heel concrete gevolgen. We zijn geen groot industriegebied, maar zelfs als kleinere KMO-zone voelen we vandaag al de beperkingen. Een duidelijk voorbeeld is onze laadinfrastructuur. Vandaag hebben we zes laadplaatsen, maar om de elektrificatie van bedrijfswagens te volgen, mikken we op minstens twintig laadpunten op korte termijn.

Net daar knelt het schoentje. "Voor onze bestaande laadpalen hebben we een contractueel vermogen van 160 kW," licht Hans toe. "In de praktijk gebruiken we daarvan vandaag ongeveer 70 kW. Toch moet Fluvius die volle 160 kW altijd kunnen garanderen, en telt dat volledige vermogen mee in de berekening van netcongestie. Dat maakt uitbreidingen moeilijk, zelfs wanneer het effectieve verbruik lager ligt."

Niet groter, maar slimmer

De klassieke oplossing bij een stijgende energievraag is het net verzwaren door dikkere kabels of grotere transformatoren te installeren. Maar dat is duur, traag en niet altijd haalbaar. Daarom verschuift de focus steeds meer naar een andere aanpak: slimmer omgaan met wat er al is. En net daar zien wij ook een opportuniteit.

Samen met partners zoals Fluvius en binnen het WeShare-project, met onder meer POM Antwerpen en ZuidtrAnt, brengen we onze volledige site in kaart. We kijken welke gebouwen er zijn, waar energie wordt opgewekt, waar energie wordt verbruikt, en wanneer dat gebeurt.

Vandaag zien we bijvoorbeeld dat op ’t Centrum zonnepanelen liggen die op bepaalde momenten energieoverschotten produceren, terwijl er elders op de site, zoals aan het laadplein vooraan, net een tekort is. Technisch zijn dat verschillende aansluitpunten, maar energetisch vormt Kamp C één geheel. De vraag is dus hoe we energie die lokaal wordt opgewekt, ook lokaal kunnen benutten, zonder het net onnodig te belasten.

Om het visueel te maken, vergelijkt Hans het elektriciteitsnet met een autostrade: "De kabels hebben een bepaalde capaciteit, net zoals rijstroken. Te veel verkeer tegelijk zorgt voor files. In het geval van elektriciteit is dat dan overbelasting. Wat wij willen onderzoeken, is hoe we dat verkeer zo veel mogelijk lokaal regelen, nog voor we het grote net op moeten. Hoe minder energie heen en weer moet over middenspannings- en hoogspanningsnetten, hoe stabieler het geheel blijft."

De vraag is niet hoeveel, maar wanneer

Flexibiliteit speelt volgens ons een sleutelrol in dit verhaal. Moet elke gebruiker altijd zijn maximale vermogen kunnen afnemen, 24 uur op 24? Of kunnen we slimmer afspreken wie wanneer veel energie nodig heeft?

Bij laadpalen is dat heel concreet. Een laadpaal kan technisch tot 11 kW leveren. Maar als wagens toch een hele werkdag op de site staan, maakt het voor de gebruiker weinig uit of ze in drie uur of in zes uur opgeladen worden. Door trager te laden, spreiden we het verbruik en daalt het benodigde piekvermogen. Dat is goed voor het net. In Nederland passen ze deze logica al toe, want daar rekent de netbeheerder een laadpaal lager aan dan 11 kW. Door een slimme sturing wordt het maximaal vermogen namelijk op momenten dat er een grote energievraag is verlaagd. Kamp C wilt onderzoeken of dergelijke aanpak ook op ons bedrijventerrein kan zorgen voor oplossingen.

Maar in België rekent Fluvius bij die laadpalen vandaag nog met het worst case scenario: wat als de sturing faalt en alle laadpalen toch tegelijk op vol vermogen laden? Dan moet dat kunnen. Die veiligheidsredenering begrijpen en respecteren we volledig. Tegelijk bestaan er vandaag al betrouwbare sturingssystemen die die risico’s sterk beperken. De uitdaging zit dus in het samenbrengen van veiligheid en flexibiliteit.

Wat Kamp C hier wilt doen, is precies waar we als organisatie voor staan: experimenteren, leren en tonen hoe het anders kan. Netcongestie is geen probleem dat we “wel even zullen oplossen”, maar een realiteit waar steeds meer bedrijven en gemeenten mee te maken krijgen.

Door onze eigen site als proeftuin te gebruiken, willen we begrijpen wat kan en niet kan binnen de huidige netregels, samen met partners zoeken naar werkbare oplossingen en die inzichten delen met anderen.

Want één ding is voor ons heel duidelijk, dat stelt ook Marijke vast: "de elektrificatie is ingezet, en er is geen weg terug. Teruggrijpen naar fossiele brandstoffen omdat het net onder druk staat, is geen optie. Dat zou zijn alsof we bij paarden waren gebleven omdat spoorwegen in het begin duur en complex waren."

We zitten op het juiste pad. Nu komt het erop aan om het samen slimmer, eerlijker en flexibeler te organiseren.